Poetins versie van de geschiedenis wordt er bij de Russen in geramd

Vladimir Poetin legitimeert zijn ‘heilige’ oorlogen met een verzonnen geschiedenis van Rusland. In Poetins tsaristische droom laten historici Beatrice de Graaf en Niels Drost aan de hand van duizenden toespraken sinds 2000 zien hoezeer de Russische president is geradicaliseerd.

Onderzoekers die radicalisering bestuderen richten zich vaak op marginale ideeën en figuren, zoals terroristen. En dat is eigenlijk raar, schrijven historici Beatrice de Graaf en Niels Drost. Het is minstens zo relevant om het radicaliseringsproces van een staatsleider te bestuderen, vinden zij. Zeker als die een oorlog is begonnen.

Staatsleiders als de Russische president Vladimir Poetin kun je moeilijk een psychologische test afnemen. Wel kun je hun traject naar radicalisering volgen.

Dan valt op dat Poetins radicalisering het gevolg was van een wisselwerking: hij liet zich meeslepen door extremisten in zijn achterban, en verspreidde die extreme ideeën verder in de samenleving. Geen Rus kan zich onttrekken aan die echoput, Poetins versie van de geschiedenis wordt erin geramd via schoolboeken en talkshows.

Onheilspellend

De vele biografieën die eerder over Poetin zijn verschenen, belichten allemaal wel zijn moeilijke jeugd, zijn baan als KGB-agent in de DDR en zijn trauma door de val van de Muur in 1989. Ook zijn carrière daarna, in het grensgebied tussen maffia en politiek, is uitgebreid beschreven, net als zijn ongebreidelde machtspolitiek en zelfverrijking.

Maar zijn retoriek, vervat in essays, toespraken en interviews, is vaker aanleiding voor spot dan voor serieuze studie. Historicus Niels Drost nam die wél serieus, sterker nog: hij studeerde in 2022 bij Beatrice de Graaf af op de manier waarop Poetin de Russische geschiedenis naar zijn hand zette. Voor Poetins tsaristische droom. Geschiedenis als wapen in de Russische politiek putten Drost en De Graaf uit duizenden toespraken en verklaringen van het Kremlin. (…)

Meedogenloze macho

In 2000, toen Poetin van premier tot opvolger van de alcoholistische president Boris Jeltsin was bevorderd, leek hij geen ideologische drammer. Wel had hij zich als premier geprofileerd als meedogenloze machopoliticus inzake Tsjetsjenië. Na een reeks bomaanslagen (vermoedelijk georkestreerd door de KGB, inmiddels omgedoopt tot FSB) liet hij de complete Tsjetsjeense hoofdstad Grozny platbombarderen. In die genocidale oorlog kwamen tienduizenden Tsjetsjenen om.

Internationaal benadrukte Poetin Ruslands diepe wortels in de Europese geschiedenis. Sint-Petersburg, de stad waar hij zijn politieke carrière was begonnen, was immers gebouwd als ‘raam op Europa’ onder Peter de Grote. Die tsaar was geïnspireerd door de verlichting, betoogde Poetin. (…)

Maar met zijn economie ter grootte van de Benelux kon Rusland al even weinig afdwingen als met Poetins rooskleurige bloemlezing van de geschiedenis. Die stond haaks op de ellendige ervaringen van Oost-Europeanen met het Russische imperialisme onder tsaristische en communistische vlag. Zij zochten beschutting bij de Europese Unie en de NAVO.

Volgens Poetin brak de NAVO met haar oostwaartse uitbreiding een belofte. De auteurs weerspreken dat, maar tekenen wel aan dat Poetins protesten serieuzer hadden kunnen worden genomen.

Hoe het Westen Rusland tegemoet had kunnen komen, laten ze in het midden. Wel benadrukken ze dat Poetin geen enkel excuus heeft voor zijn agressie en (cyber)oorlog.

Voor binnenlands publiek tapte Poetin uit een ander historisch vaatje. Hij reanimeerde de drie beleidsprincipes die in 1833 waren geformuleerd onder tsaar Nicolaas I om het tsarenrijk bijeen te houden: orthodoxie, autocratie en nationalisme.

Broedervolken

Poetin hing een portret van Nicolaas I in zijn werkkamer op en propageerde het Russisch-orthodoxe geloof als moreel baken. Ook cultiveerde hij zijn eigen imago als sterke leider, en wierp hij Rusland op als hoeder van de Slavische broedervolken.

Belangrijke schokken die Poetin hebben geradicaliseerd waren de kleurenrevoluties in Georgië (2003) en Oekraïne (2004). Poetin zag die als westerse staatsgrepen in de ‘Roeski mir’, Ruslands historische achter- en voortuin.

De Graaf en Drost nemen Poetins aanspraken op de historische waarheid en territorium nog eens fijn onder de loep. Daarbij veronderstellen ze soms wel veel voorkennis bij de lezer. Maar wat ze goed duidelijk maken, is hoezeer Poetin christelijk-spirituele noties door zijn historische gedaas klutst.

Zo claimt hij dat de Krim heilige Russische grond is, omdat de Kievse prins Vladimir de Grote zich daar in 988 zou hebben laten dopen. Diens tiende-eeuwse Kiev zou een voorstadium zijn van het Rusland in de 21ste eeuw, het prototype van het Russische rijk.

Tweekoppige adelaar

Onder Poetin keerde de tweekoppige adelaar terug als nationaal symbool. Al in de dertiende eeuw, na de Ottomaanse verovering van Constantinopel, vloog deze emblematische vogel vanuit het Byzantijnse rijk over naar het grootvorstendom Moskou. De adelaar nestelde zich blijvend in het latere tsaristische Rusland. Zijn dubbele kop drukte het wereldlijke en het religieuze gezag van de keizer uit, en stond ook voor de expansie van het rijk naar oost en west.

Met zijn omarming van de adelaar en de Byzantijnse erfenis nam Poetin afscheid van westerse ideeën over de zelfbeschikking van staten, mensenrechten en beperkte staatsmacht, leggen Drost en De Graaf uit.

Dat verhaal zit zo. Het Byzantijnse Rijk, de opvolger van het Romeinse Rijk, staat ook wel bekend als het ‘Tweede Rome’. Moskou zag zich sinds de late middeleeuwen als opvolger van Byzantium, het ‘Derde Rome’. Poetin claimt die erfenis nu opnieuw. Zoals hij het formuleerde in 2025: ‘Moskou is het Derde Rome, en er zal geen Vierde komen. Dus wij zijn de ware christenen.’

Ook een ander antiek theologisch idee sijpelde weer door in het extremistisch-nationalistische gedachtegoed van Poetin-adepten, namelijk de ‘katechon’. Dat begrip uit het Nieuwe Testament betekent zoveel als ‘bedwinger’. Van Satan welteverstaan, en van de chaos die hij in de wereld probeert te stichten. Romeinse en Byzantijnse keizers, en ook wel Russische tsaren, werd die rol van Satanbestrijders toegedicht.

En jawel, ook Poetin figureert als ‘katechon’ in de leer van de Russisch-orthodoxe kerk zoals het hoofd ervan, patriarch Kirill, die uitdraagt. De strijd in Oekraïne is, zo legde de kerk in 2024 nog eens uit, een heilige missie van ‘bedwinger’ Poetin. Oekraïners die tegen Rusland vechten, kiezen voor het satanisme en moeten worden ‘geëlimineerd’.

Gelooft Poetin zelf die flauwekul over Ruslands (goddelijke) lotsbestemming? Dat is lastig vast te stellen, erkennen De Graaf en Drost. Ze betogen ook niet dat die heilige missie voor het Groot-Russische Rijk Poetins enige motivatie vormt, maar feit is wel dat hij er grote delen van de bevolking mee indoctrineert.

Als Oekraïne standhoudt, met westerse steun, kan dat verhaal zijn wervingskracht verliezen. ‘En misschien is dat wel aan de gang’, schrijven de auteurs hoopvol.

Beatrice de Graaf & Niels Drost
Poetins tsaristische droom. Geschiedenis als wapen in de Russische politiek
Prometheus, 272 p., 22,99 euro
Eric Brassem
De Morgen 22 mei 2026
Lees hier het volledige artikel. Ook te lezen in je bibliotheek.
Afbeelding: boekomslag Poetins tsaristische droom. Geschiedenis als wapen in de Russische politiek