‘In het oude Europa is een merkwaardige strijd opgekomen tussen twee organisatorische beginselen, het parlementarisme en het fascisme’. Zo begon in 1926 ene Abraham Cohen Stuart een artikel in het roemruchte tijdschrift De Gids, waarin hij beide stelsels tegen het licht hield.
De reden de pen op te nemen was dat hij de hoge inzet van de strijd onderkende. Het parlementaire stelsel ging uit van overleg, het fascisme van onderwerping van de samenleving aan macht. Als het autocratisch denken won, zou dat ingrijpende gevolgen hebben voor de westerse wereld en voor Nederlands-Indië, waar hij zich als bestuurder beijverde voor meer volksinvloed.
In 1926 was de wereld nog maar net bekomen van de Grote Oorlog, die behalve dood en verwoesting ook het geloof in de mensheid een diepe knauw had gegeven. Tegelijk dienden zich met het communisme en het fascisme rivalen van de parlementaire democratie aan, die een ‘nieuwe mens’ beloofden. Ons stelsel had weliswaar de kracht van een ideaal gekregen door het Amerikaanse motto ‘Making the world safe for democracy’ (president Wilson in 1917), maar vanwege verdeeldheid, traagheid en gebrek aan slagkracht stond het bloot aan groeiende scepsis.
De democratie wordt opnieuw belaagd
Cohen Stuart nam een verlangen waar naar een krachtiger beleid dan waartoe onze parlementaire kabinetten in staat waren. Was de langdurige kabinetsformatie van 1925 (105 dagen) niet een bewijs van de onmacht van het systeem? Zelfs de vrijzinnig-democraat Treub had de gedachte aan een staatsgreep geopperd om aan ‘het eindeloos gepraat in de Europese parlementen’ een eind te maken.
Hoewel de omstandigheden sterk zijn veranderd, wordt de democratie in onze dagen opnieuw belaagd. Nu niet door ideologisch gedreven rivalen, maar door louter machtsinstinct gedreven populisten die scherp aanvoelen hoe ze oorlog moeten voeren, maar geen idee hebben hoe ze de maatschappelijke vrede vorm moeten geven, afgezien van het uitbannen van tegenspraak. “Ik duld niet heel veel tegenwicht meer”, zei PVV-leider Wilders deze week in de wandelgangen van het huis van debat en overleg. Het was een waarschuwing aan de coalitie het aanstaande strengere asielbeleid zonder meer te slikken.
Naast het machtsstreven is de tweede katalysator van de strijd steeds weer de behoefte aan ruimte. Cohen Stuart zag de hoofdoorzaak van het uitbreken van de Wereldoorlog in 1914 in de sterke bevolkingsgroei in het Duitse rijk. Daaraan ontleende de keizer zijn streven naar gebiedsuitbreiding. Dat ging gepaard met nog een constante, de rassenwaan. Helmuth von Moltke, de chef van de generale staf van het rijk, meende ‘dat alleen de Duitsers de mensheid kunnen ontwikkelen in de juiste richting’.
Het motief, dat later nog versterkt en giftiger terugkeerde in de regimes van Mussolini en Hitler, is in zoverre veranderd dat het de autocraten in ons midden er nu om gaat de wereld buiten de deur te houden. In zijn eerste speech als secretaris-generaal van de Navo wees Mark Rutte met veel klemtonen op de expansiedrift van Rusland en China, maar over de ondermijnende krachten in de Oude en Nieuwe Wereld, die de democratie opzij zetten om immigranten af te stoppen, geen woord.
Het economisch motief speelt nog altijd een grote rol in het debat
Wat het teruglezen van Cohen Stuarts stuk (te vinden op dbnl.org) zo intrigerend maakt, is dat hij nog onkundig was van wat het fascisme zou aanrichten. Hij duidt het zelfs schijnbaar onaangedaan aan als ‘een organisatorisch beginsel’, maar de schijn bedriegt. Hij doorgrondt het systeem in zijn consequenties en verwerpt het als het grootste gevaar voor de mensheid. In zijn ogen moest het fascisme nog meer worden geducht dan het communisme, omdat ‘het tot ons komt als modeartikel van de hogere standen’.
De economisch-militante dictatuur die Cohen Stuart in het fascisme zag, leek vanwege de veroveringsdrift voor het bedrijfsleven aantrekkelijk, omdat goedkope arbeid en nieuwe afzetmarkten in het verschiet lagen. Mussolini paaide de bedrijven ook met lagere belastingen en het neerslaan van stakingen, maar net als Duitsland beschikte Italië niet over lucratieve koloniën en zocht het zowel in Europa als Afrika nieuwe ruimte.
Ook nu de dekolonisatie en de omgekeerde migratie (van Zuid naar Noord) de wereld op zijn kop heeft gezet, speelt het economisch motief nog altijd een grote rol in het debat. Het is politiek en economisch aantrekkelijker de asielzoeker, inclusief zijn vreemde cultuur, tot last te verklaren dan de arbeidsmigrant. Dat verklaart het pact van de VVD met PVV en BBB. Het NSC wordt bijna elke dag geconfronteerd met haar argeloosheid het vierde wiel aan de wagen te zijn.
Cohen Stuart waarschuwde een eeuw geleden niet lichtvaardig met de tendensen naar een autocratisch gezag mee te gaan. ‘Het ergst van al is dat men van een dergelijk gezag, ook als het faalt, niet licht bevrijd raakt’.
Hans Goslinga
Trouw 19 december 2024
Lees hier het volledige artikel. Ook te lezen in je bibliotheek.
Afbeelding: NDLA – De Mars op Rome was de staatsgreep in Italië in 1922.