Een autocratie is een soort regering(vorm) waarin één individu volledige controle en beslissingsbevoegdheid in een land uitoefent. Het begrip autocratisch is afgeleid van het Griekse woord auto, wat ‘zelf‘ verwijst, en cratic, wat ‘heerschappij‘ verwijst. Verschillende soorten autocratie omvatten despotisme, fascisme en oligarchie.
Hoewel deze systemen al sinds de oudheid bestaan, wordt autocratie in de 21e eeuw het meest geassocieerd met absolute monarchieën en dictaturen. Mensen die in gebieden met autocratische regeringen wonen, hebben geen inspraak in wetgeving, beleid of de handhaving van de wetten. Deze regeringen kennen geen systeem van checks and balances – een autocratische heerser hoeft aan geen enkele andere autoriteit verantwoording af te leggen, zoals een kabinet van adviseurs, een rechtssysteem, het publiek of de media. De macht van de heerser is onbeperkt.
Kenmerken
Absolute macht: De leider heeft alle controle. De leider kan alles doen zonder regels, wetten of democratische controles die de macht zouden kunnen beperken.
Centrale besluitvorming: alle belangrijke regels, wetten en richtlijnen worden van bovenaf bepaald.De overheid hoeft geen consensus te zoeken. De overheid stelt inspraak van de burgers niet op prijs, onderdrukt het zelfs.
Onderdrukking van afwijkende meningen: er heerst een verstikkende stilte. Oppositie, protesten of kritiek worden niet getolereerd.
Geen eigen zeggenschap: mensen of burgers doen alleen maar wat de regels zeggen. Daardoor kunnen ze geen eigen initiatief nemen en geen eigen zeggenschap over de uitkomst eisen.
Gecontroleerde informatie: Informatie en media worden streng opgevolgd, andere en/of perspectieven worden weggeveegd, enkel de stem van de dictator wordt gehoord en gevolgd.
Verantwoording voor de leider: duidelijk is dat de autocraat alleen aan de autocraatverantwoording moet afleggen. De staat is van hem/haar…
Vormen van autocratie
Autocratie is een overkoepelend woord; de concrete invulling kan aanzienlijk verschillen. Een overzicht:
Absolute monarchie
Een absolute monarchie is een regeringsvorm waarin een erfelijke vorst (koning, keizer) onbeperkte macht bezit. De monarch verkrijgt zijn of haar positie door geboorte in een koninklijke familie, niet door verkiezingen of verovering.
Veel absolute monarchieën zijn in de loop der eeuwen overgegaan in constitutionele monarchieën, waarin de vorst een ceremoniële rol vervult en de echte macht bij gekozen volksvertegenwoordigers ligt (cfr. Nederland, België, Luxemburg, V.K.).
Dictatuur
Een dictatuur is een autocratische regeringsvorm waarbij een individu of kleine groep de macht grijpt, vaak via militair geweld of een staatsgreep, in plaats van via erfopvolging. De dictator regeert zonder wettelijke beperkingen en onderdrukt bina altijd oppositie en vrije pers. Een bijzondere variant is de militaire dictatuur, waarin de strijdkrachten rechtstreeks de regering controleren. Voorbeelden te over: Pinochet in Chili, Idi Amin in Oeganda, Saddam Hoessein in Irak en de familie Assad in Syrië.
Totalitarisme
Totalitarisme is een extreme vorm van autocratie waarin de staat niet alleen de politiek, maar ook het economische, sociale en culturele leven volledig tracht te beheersen. Kenmerkend zijn massale propaganda, geheime politie en de onderdrukking van elke afwijkende mening. Schoolvoorbeelden hiervan zijn nazi-Duitsland onder Hitler, de Sovjet-Unie onder Stalin en Noord-Korea onder de Kim-dynastie.
Autoritarisme
Autoritarisme is de “slankere versie” van totalitarisme. De leider grijpt niet overal in, alleen in de politieke macht. Je mag een klein bedrijfje runnen, je mag naar de kerk gaan, je mag zelfs stemmen in een parlement dat precies doet wat de leider zegt. Zolang je niet de baas tegen spreekt. De autocratieën gebruiken (en misbruiken) efficiëntie en welvaart als excuus voor het missen van echte politieke vrijheid. Dank aan landen zoals Egypte onder Mubarak en Singapore onder Lee Kuan Yew.
Theocratie
In een theocratie wordt de staat bestuurd volgens religieuze wetten, met religieuze leiders aan het hoofd – of de heerschappij wordt geclaimd in naam van een godheid. Iran na 1979 laat de theocratie duidelijk zien. Historisch kennen we ook het pauselijk gezag over de Kerkelijke Staten en het kalifaat.
Competitief autoritarisme (hybride regimes)
Dit is een soort van tussenvorm waarbij formeel democratische instituties bestaan maar de speelregels zo zijn opgesteld dat de zittende macht vrijwel onaantastbaar is. Er worden verkiezingen gehouden, maar de verkiezingen zijn niet vrij en eerlijk. V-Dem Institute en Freedom House classificeren landen als Rusland, Venezuela, Hongarije en Turkije in deze categorie.
Historische ontwikkeling
Autocratie (van het Oudgrieks αὐτός, autos, “zelf”, en κράτος, kratos, “macht”) is een regeringsvorm waarin de absolute macht in handen ligt van één enkele persoon, de autocraat. De term omvat zowel absolute monarchieën als dictaturen en wordt gecontrasteerd met democratie en andere vormen van vrij bestuur. De autocraat oefent in beginsel onbeperkte controle uit over staat en samenleving, zonder juridische of constitutionele tegenwicht.
Oudheid
Autocratie behoort tot de oudste bekende regeringsvormen en kwam in uiteenlopende vorm voor in vrijwel alle samenlevingen van de antieke wereld. Voor het grootste deel van de geschreven geschiedenis was de monarchie de overheersende uitdrukking ervan. Het begrip stond reeds centraal in de Oudgriekse politieke filosofie, hoewel autocratie — anders dan democratie — nooit op eenzelfde manier tot een autonome politieke theorie werd uitgewerkt.
Het Byzantijnse Rijk en het tsaristische Rusland
De term autokrator werd in het Byzantijnse Rijk een staande keizerstitel. Via deze Byzantijnse erfenis vond het begrip vanaf de 15e eeuw ingang in Rusland. Toen Ivan III van Moskou in 1472 huwde met de Byzantijnse prinses Sophia Palaiologina en zich na de Grote Halte aan de Oegra (1480) onafhankelijk maakte van de Gouden Horde, nam hij de titels gosudar (“soeverein”) en samoderžec aan — de Slavische vertaling van autokrator. Ivan en zijn opvolgers, heersers van het tsaardom Moskou en vanaf 1721 van het Russische Keizerrijk, voerden tot 1917 de titel “tsaar-autocraat”.
Tijdens de Russische Revolutie van 1905 zag Nicolaas II zich genoodzaakt het Oktobermanifest te ondertekenen, dat zonder een echte grondwet te vormen een parlement (de Doema) en bepaalde politieke vrijheden invoerde. Bij die gelegenheid wijzigde hij zijn titel van “Onbeperkt Autocraat” in “Opperste Autocraat”, zonder echter het beginsel van de autocratie op te geven.
Moderne tijd
De 19e en 20e eeuw kenmerken zich door de neergang van de traditionele monarchieën en de opkomst van de moderne staat, waarvan een groot deel zich als autocratie ontwikkelde. De dictatuur als specifieke vorm van autocratie kwam in de 19e eeuw op, te beginnen met de Latijns-Amerikaanse caudillos en met de keizerrijken van Napoleon I en Napoleon III in Europa.
De omwentelingen van de Eerste Wereldoorlog veroorzaakten een brede bestuurlijke verschuiving op het Europese continent: vele monarchen werden constitutionele monarchen of door republieken vervangen. In het interbellum ontwikkelde zich vervolgens het totalitarisme als nieuwe vorm van autocratie, dat tijdens de Grote Depressie de macht greep in tal van Europese republieken en uitmondde in fascistische, communistische en militaire dictaturen.
De communistische staat, voor het eerst gevestigd na de Russische Revolutie van 1917, vormde een nieuw model van autocratisch bestuur: totalitaire controle uitgeoefend via een massapartij die geacht werd het volk te vertegenwoordigen. Terwijl andere Europese dictaturen na de Tweede Wereldoorlog werden ontmanteld, werd het communisme juist versterkt en uitgebreid tot meerdere staten in Oost-Europa. In de late 20e eeuw fungeerde het als het voornaamste model voor autocratische regimes, ook buiten de communistische wereld.
Studie en typologie
De vroegmoderne onderscheidingen tussen tirannie en despotisme als afzonderlijke regeringsvormen werden in de loop van de 19e eeuw verlaten ten gunste van meer specifieke typologieën. De moderne classificatie van autocratische regimes gaat terug op het werk van Juan Linz in het midden van de 20e eeuw, wiens driedeling tussen democratie, autoritarisme en totalitarisme algemeen aanvaard raakte. De eerste algemene theorie die autocratie als zodanig – onafhankelijk van andere systemen – definieerde, werd in 1974 ontwikkeld door Gordon Tullock vanuit de public choice-theorie.
Na het einde van de Koude Oorlog verwierf de stelling van Francis Fukuyama over het “einde van de geschiedenis” grote bekendheid: autocratisch bestuur zou onomkeerbaar plaatsmaken voor liberale democratie. Deze these is in de daaropvolgende decennia, gezien de hernieuwde groei van autocratische regimes wereldwijd, grotendeels verlaten.
Hedendaagse indices, zoals het V-Dem Regimes of the World-schema, onderscheiden doorgaans gesloten autocratieën, electorale autocratieën, electorale democratieën en liberale democratieën. Volgens schattingen van diverse instituten zou er in 2025 wereldwijd opnieuw een meerderheid van autocratische regimes bestaan, waarbij circa drie kwart van de wereldbevolking onder een autoritair bestuur zou leven.