‘We hadden een heel sterke band, maar we wisten niet hoe we met elkaar moesten praten’, zegt de Bulgaarse Booker Prize-winnaar Georgi Gospodinov (58) over zijn vader. Met het laaiend enthousiast ontvangen De dood en de tuinman probeert hij postuum een gesprek op gang te brengen.
Eerste zinnen zijn belangrijk. Georgi Gospodinov weet dat als geen ander. Zijn nieuwste boek begint hij met twee korte zinnen waarin het hele verhaal zit vervat: ‘Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin.’
Het boek heet De dood en de tuinman en is volgens Gospodinov geen boek over de dood, maar over het verdriet om een leven dat er niet meer is. ‘Dat zijn twee verschillende dingen’, schrijft hij. En: ‘Ik wil dat er licht is op deze pagina’s, een zacht namiddaglicht.’
In het boek volgen we de aftakeling van Gospodinovs vader. Wat begon als rugpijn, blijkt kanker te zijn. Een ongeneeslijke vorm. Veel tijd rest de vaderfiguur niet meer. Twintig dagen, zegt een arts. Tot Kerstmis is misschien nog net mogelijk.
Onmiddellijk denkt de vader aan zijn moestuin. Zal hij de sneeuwklokjes nog uit de grond zien komen? De man denkt namelijk altijd aan zijn moestuin. Tomaten, paprika, aardappelen, mais, aardbeien, pioenrozen, gewone rozen, tulpen, jonge boompjes. Hij heeft er alles. Rust. Allenigheid. Structuur. ‘De tuin was zijn andere mogelijke leven, zijn stem en alles wat verzwegen werd’, schrijft Gospodinov. ‘Hij sprak via de tuin en zijn woorden waren appels, kersen, grote rode tomaten. Het eerste wat hij deed als ik op bezoek kwam, was me rondleiden en me alles laten zien.’
In korte hoofdstukken en met veel sprongen in de tijd schetst Gospodinov een portret van de relatie tussen een vader en een zoon. Zijn taal is haarfijn en poëtisch. Soms op het zweverige af, maar nergens sentimenteel. ‘Natuurlijk hielden onze vaders van ons, dat weet ik in ieder geval zeker van mijn vader, ze wisten alleen niet hoe ze het moesten laten zien’, noteert hij aan zijn vaders sterfbed in een schriftje. ‘Niemand had het ooit aan hen laten zien.’
“Dit zijn de schriftjes”, zegt hij. “Hier staat het allemaal in.”
In een kaal appartement in het centrum van Amsterdam diept Georgi Gospodinov een tiental schriftjes op. Geel, groen, blauw, roze, ze hebben dezelfde kleuren als de bloemen in de moestuin van zijn vader. Vier weken verblijft de Bulgaarse schrijver hier; enkele dagen voor onze ontmoeting sprak hij de achtste Staat van de Europese Literatuur uit, een jaarlijkse lezing door een vooraanstaande auteur of dichter over de staat van Europa en de literatuur.
Het past bij zijn statuur. Gospodinov won in 2023 de International Booker Prize voor zijn filosofisch-dystopische roman Schuilplaats voor andere tijden en sindsdien wordt hij over de hele wereld geïnterviewd over zijn visie op politiek, geschiedenis en literatuur. Zijn mantra klinkt groots: “Ik schrijf om het einde van de wereld uit te stellen.”
Waarom was het voor u zo belangrijk om dit boek met de hand te schrijven?
“Omdat het allereerste wat ik ooit schreef, toen ik 7 was, ook met de hand geschreven was. Ik sliep toen bij mijn grootmoeder en ik had een nachtmerrie: mijn vader, moeder en broer stonden op de bodem van de dorpsput en konden er niet meer uit. Ik zat er niet in, ik was gered, maar ik was dus wel alleen. ‘s Ochtends wilde ik over mijn droom vertellen tegen mijn grootmoeder, maar ze hield me tegen. ‘Want dromen die je vertelt komen uit’, zei ze. De volgende nachten bleef de droom terugkomen en daarom besloot ik hem op te schrijven. Met de hand, op een pagina uit een schriftje van mijn opa. Nadien droomde ik die droom nooit meer.
“Toen ik besliste om dit boek te schrijven, wilde ik terug naar dat gevoel van toen. Wie weet kon ik zo de aftakeling van mijn vader ook stopzetten. (zwijgt even) De connectie tussen hoofd en hand is gewoon ook veel directer als je met de hand schrijft, de taal wordt als vanzelf persoonlijker. En ik vind het heerlijk om ergens te zitten en dan snel een gedachte op te schrijven in een schriftje dat ik bovenhaal. Als een echte dinosaurus.” (lacht)
In het begin noteerde u vooral welke pillen u wanneer aan uw vader moest geven, afgewisseld met zo nu en dan eens een beschouwende zin of observatie. Wanneer voelde u voor het eerst dat dit een volwaardig boek kon worden?
“Vijf of zes maanden na de dood van mijn vader. Daarvoor had ik niet genoeg zuurstof om hierover na te denken, laat staan om erover te praten. Ik heb er lang over getwijfeld, maar uiteindelijk wilde ik met dit boek mijn vader weer tot leven schrijven. Vooral omdat hij zelf zo van verhalen hield. Hij was een echte verhalenverteller, net als de rest van mijn familie.
“Wat ook meespeelde, is dat mijn vader voor mij symbool staat voor een hele generatie mannen die in Bulgarije aan het verdwijnen is. De generatie die zowel de oorlog als de val van de Muur nog heeft meegemaakt. Oké, zei ik tegen mezelf, laat ik proberen om een boek te schrijven over de typisch Bulgaarse vaders die niet wisten hoe ze tegen hun kinderen moesten zeggen dat ze van hen hielden.” (…)
Ook nostalgie is belangrijk in uw werk. Maar nostalgie wordt door populistische politici tegelijk als wapen ingezet, hebt u eerder al gezegd. Hoe kijkt u naar die contradictie?
(denkt na) “Als schrijver en als mens ben ik nostalgisch van aard, dat klopt. Het verleden is voor mij veel belangrijker dan de toekomst. De geuren, de herinneringen, alles. Wie kan me de geur van de toekomst vertellen? Maar ik ben me tegelijk ook goed bewust van de gevaren van nostalgie. Vanaf 2015 werd het me duidelijk dat nostalgie steeds meer als wapen werd ingezet: je zag het bij de eerste presidentiële campagne van Trump, bij de brexit… Ik hou er niet van om heel direct over politiek te schrijven, maar in mijn werk is die politieke fixatie op het verleden altijd aanwezig.
“Ik herinner me nog goed de enorme, plotse angst die ik voelde op de ochtend dat Trump voor het eerst als president was verkozen. Ik dacht onmiddellijk aan mijn dochter, die toen 8 was. Op de een of andere manier voelde ik aan dat die ochtend het einde betekende van de wereld van gisteren. Er was iets wezenlijks veranderd. Het valse verleden, het tweedehandse en verzonnen verleden zat eraan te komen.
“Mensen als Trump hebben het verleden gekapitaliseerd, maar zijn verleden is niet het mijne. Dit boek heb ik ook weer geschreven omdat ik graag mijn persoonlijke verleden wil behouden. Van mijn persoonlijke nostalgie mogen de populisten geen wapen maken; ik wil zelf bepalen hoe de verhalen die me al van kinds af omringen bewaard blijven. Daarin zit de noodzaak van mijn schrijven.”
U schrijft naar eigen zeggen om het einde van de wereld uit te stellen. Wat bedoelt u er precies mee?
“Dat is een van de mirakels van het verhalen vertellen. Je stelt het einde van de wereld uit, omdat je empathie opwekt. Je kunt de enorme chaos van de wereld niet stoppen, maar je kunt ze wel even vertragen. Want je creëert betekenis, en dat in tijden waarin de toekomstperspectieven van zoveel mensen worden geschrapt of aangepast. En zo stel je de dreigende ondergang even uit, net zoals Scheherazade deed in Duizend-en-een-nacht: ze betovert de sultan met haar vertelkunst.”
Hebt u dit effect zelf al op politici gehad, denkt u?
(lacht) “Als politici wat meer boeken zouden lezen, zou deze crisis er helemaal anders uitzien. En dan bedoel ik niet mijn boeken, maar die van Borges, T.S. Eliot, Kafka… Ik heb dat ooit eens geschreven en toen waren veel Bulgaarse politici kwaad op mij. Maar als je de verhalen van die auteurs met empathie leest, kun je onmogelijk de beslissingen nemen die sommige van onze leiders nemen. Twijfelen, verdriet voelen én ook tonen, dat zijn menselijke eigenschappen die we helaas nooit zien bij dictators. Ook niet bij die van vandaag. (…)
“Het fijne aan reizen is wel dat ik telkens weer veel nieuwe mensen ontmoet die me verhalen vertellen. Ik ben zelf niet zo spraakzaam, ik luister graag naar de verhalen van anderen. Zo’n ontmoeting met iemand die je niet kent en die je nadien waarschijnlijk nooit meer zult terugzien, voelt telkens weer als een soort tijdelijk onzichtbare samenleving. Gedurende een uur, of twee uur, bouw je samen iets op. Iets vluchtigs, maar nadien neem je het allebei mee naar huis.
“Ik vind het belangrijk dat we ook aan zo’n soort samenleving blijven bouwen. Zeker in een wereld die zo gepolariseerd is als de onze. Zulke stille, zachte eilanden van ontmoeting zijn essentieel. Eilanden waarop we kunnen praten over de minder glorieuze kant van het leven. Over verdriet, falen, het verlies van geliefden.”
U hebt uw boek twee jaar geleden afgerond. Hoe is het sindsdien opgebloeid?
“Ik heb nog nooit zoveel reacties gekregen op een boek als deze keer. Een tuinman uit Australië schreef me zelfs hoe hij het als een handboek voor het onderhoud van zijn eigen tuin wil gebruiken. (lacht) En verschillende mensen vertelden me dat ze hun vader al jaren niet meer hadden gesproken, sommigen langer dan tien jaar, maar dat ze hem na het lezen van dit boek toch voor het eerst weer hadden opgebeld.”
En hoe ligt de moestuin van uw vader er ondertussen bij?
“Mijn broer woont vlakbij en probeert hem zo goed als het kan te onderhouden. Veel bloemen en planten zijn helaas verdwenen, maar de donkerroze tulpen die mijn vader in zijn laatste maanden nog heeft geplant bloeien elk jaar. (zwijgt even) Dat doet me eraan denken: sommige mensen die het boek graag hebben gelezen, schreven me of het mogelijk was om een camera in de tuin van mijn vader te zetten, zodat ze de ontwikkeling van de tuin van thuis mee konden volgen. Prachtig, toch?”
Van buiten dringen de stadsgeluiden het appartement weer binnen. Gospodinov is langzamerhand doof aan het worden, vertelt hij nog. Hij merkt het op drukke plekken zoals hier in het centrum van Amsterdam. De menselijke stemmen, het belsignaal van de tram, het geronk van brommertjes, hij hoort de klankband van de stad minder en minder goed. “Ik werk nu aan een tekst over mijn gehoorproblemen”, zegt hij. “Maar zolang ik mijn pijn en mijn problemen kan omzetten in literatuur, zal ik het wel overleven.”
Ondanks de invallende doofheid liet hij De dood en de tuinman eindigen met de roep van een koekoek. Alsof de moestuin van zijn vader een laatste appel op hem deed.
“Inderdaad”, lacht hij. “En in Bulgarije wordt verteld dat als je een koekoek hoort, je moet tellen hoeveel keer hij roept. Dan weet je meteen hoeveel jaar je nog te leven hebt. Een gevaarlijk ritueel, maar te mooi om niet te vertellen.”
Georgi Gospodinov
58 jaar, geboren in Bulgarije
schrijver van dichtbundels, romans en scenario’s
won in 2023 de International Booker Prize voor zijn roman Schuilplaats voor andere tijden
Lander Deweer
De Morgen van 12 juni 2026
Lees hier het volledige artikel. Ook te lezen in je bibliotheek.
Afbeelding: Wikimedia Commons Der bulgarische Schriftsteller Georgi Gospodinow auf der Buch Wien 2025.