Hoe langer hij naar de tegenstanders van het Westen luisterde, des te meer raakte de Franse auteur Frédéric Martel gesteld op de democratie en mensenrechten.
We zijn gewend over het Westen te spreken als het tegenovergestelde van het Oosten, vooral vanwege de deling van Europa na de Tweede Wereldoorlog. Maar in de openingsscène van zijn boek Tegen het Westen beschrijft Frédéric Martel een ontmoeting met de Amerikaan Steve Bannon, eerst in Parijs, vervolgens in Washington, dus in het Westen zelf. En dan blijkt dat deze ultra-rechtse populist, bondgenoot van Donald Trump, het Westen wil ondermijnen met als doel het Westen te redden.
Het is een verwarrend tafereel – wie of wat is hier Westers? En wie is vriend, wie vijand? “Dat is precies waar dit boek over gaat”, zegt Martel als ik hem tref op de Haagse campus van de Universiteit Leiden. Ons was een verlaten collegezaaltje toebedeeld, maar dat vindt de Franse hoogleraar en publicist onaanvaardbaar ongezellig – we moeten naar beneden, naar het café. Daar komt koffie op tafel, en ook zijn vertaalde boek, waarvoor hij 52 landen bezocht en zo’n 1900 interviews deed. ‘In gesprek met onze vijanden’, luidt de ondertitel. “Als een Fransman, een Europeaan en een liberaal vond ik het niet gemakkelijk om te begrijpen wat zich in onze wereld afspeelt”, zegt hij. “En ik wilde dat niet doen vanuit de studeerkamer, ik wilde onze criticasters of zelfs vijanden spreken op hun eigen terrein.”
Al deze ontmoetingen – van de VS tot Algerije, van China tot Rusland, van Zuid-Afrika tot Cuba, van Turkije tot Israël en van Gaza tot Bulgarije – leerden Martel dat ‘het Westen’ een mythe is waar tegenstanders van alles en nog wat op projecteren, al naar gelang hun eigen behoeftes. Terwijl niemand in het Westen zichzelf een Westerling noemt. “Je zegt: ik ben Nederlander, Fransman, Europeaan, Amerikaan.” Bovendien ligt menig Westers land – neem Australië of Japan – helemaal niet in het Westen, dus waar hebben we het over? Beter zou het zijn, zegt Martel, te spreken over democratische versus ondemocratische landen.
Maar intussen, zo heeft hij gemerkt, is dat ‘Westen’ elders nog een gretig gebruikte term. Een ‘metafoor, een beeld, een frame’. Er wordt veel aan toegeschreven, maar weinig positiefs. “In de ogen van sommige Chinezen en Russen zijn wij bijvoorbeeld ultra-kapitalistisch, wat een beetje vreemd is om te horen, want zij zijn minstens net zo kapitalistisch, maar dan zonder de regulering die wij hebben. Anderen noemen ons liberale fascisten, tegenstanders van ‘het volk’. Bannon doet dat, maar ook Alexander Doegin, de Russische filosoof die dichtbij Poetin staat. Of men ziet ons als imperialisten en kolonisten. Dat waren we, maar dat is zestig jaar geleden. Vandaag zijn de imperialisten eerder Russisch, denk aan Oekraïne. Of Chinees, zie Hongkong en Taiwan. Of Iraans, met hun verlengde arm in Irak, Syrië, Libanon en Jemen.”
Communisme
Wat Martel betreft is het kwaadaardige beeld van het Westen gebaseerd op ‘leugens’, wat niet betekent dat er geen kritiek op ons kan worden uitgeoefend. Maar dat is iets anders dan de democratie als zodanig aanvallen, terwijl dat volgens Martel wel vaak gebeurt. Hij onderscheidt daarbij twee denkrichtingen. Enerzijds de traditioneel anti-Westerse stroming; het communisme, later ook het islamisme. Hij noemt dit in zijn boek het ‘Westen-min’. Het vindt: hoe minder Westen, hoe beter.
Daar is een nieuwe stroming bijgekomen, die juist zegt te ijveren vóór het Westen en het wil redden – zie Steve Bannon. Hoe? Door terug te keren naar de superieure beschaving die het volgens hen ooit was: nationalistisch, christelijk, conservatief. Dit noemt Martel het ‘Westen-plus’. Wat deze ‘redders’ van het Westen volgens Martel gemeen hebben, is heimwee naar een geïdealiseerd verleden, zij het niet altijd hetzelfde verleden. “Sommigen willen terug naar de periode voor de jaren zestig, voor de seksuele revolutie en het burgerrechten-activisme. Anderen naar de tijd van voor de Tweede Wereldoorlog en de dekolonisatie. Of nog verder terug, voor de Franse Revolutie, de Verlichting, de geboorte van de democratie.”
Ultra-nationalisme
Daar, in het wantrouwen of zelfs afwijzen van de democratie, versterken het Westen-min en het Westen-plus elkaar, zegt Martel. Dat valt samen met hun ultra-nationalisme, of het nu voorkomt uit communistisch, islamistisch of etnisch-Westers denken. “Als je kijkt naar Iran, Rusland, China of Hongarije onder Orbán, dan zijn de ideologische wortels heel verschillend, maar ultra-nationalistisch zijn ze allemaal. Ook als er maar weinig ideologie meer over is, zoals bij Poetin en Xi Jinping, is dat nationalisme gebleven. Of zelfs verhevigd tot fascistische proporties.”
Wat ooit een ideologisch schisma was, zeker in het Europa van het IJzeren Gordijn, heeft een ander, misschien wel primitiever karakter gekregen. Het ‘reëel bestaande communisme’ van Rusland en China is verdampt, en ook bij de andere tegenstanders van het Westen gaat het niet meer om ideeën, maar om belangen, concludeert Martel. Als er nog ideologische taal wordt gebezigd, dan slechts als schaamlap voor corrupte machtssystemen. “Ze haten de democratie, allemaal. De Revolutionaire Garde in Iran, het Sisi-bewind in Egypte, het Cubaanse regime, de Chavistas in Venezuela, Poetin, Xi Jinping – ze weten dat democratie hun kleptocratische project om zeep zou helpen. Een rechtsstaat, een pluriform meerpartijen-stelsel, een vrije pers – het zou hun dood betekenen.” (…)
Aan de andere kant, zegt Martel, schemert nu het communisme juist door in de nationalistische politiek. “Je ziet het terug in het wantrouwen in alle instanties, politiek, media en rechtspraak. Maar ook in het idee dat iedereen zich zou moeten scharen achter één partij, dat afwijkende meningen niet oké zijn, en dat de Europese Unie niet deugt. Die anti-EU-houding tref je overigens ook nog steeds aan bij de Franse, Italiaanse en Spaanse communisten – het hoort bij het pakket.”
Sterker
Of ook Trumps Amerika inmiddels in het rijtje vijanden van het Westen thuishoort, staat voor Martel niet vast. Aan Trump ligt dat niet, hij is een autocraat met fascistische trekken. Maar Martel gelooft dat Amerika nog niet verloren is. “Trump wil de democratie ontmantelen, dat lijdt geen twijfel, maar hij kan dat niet. De druk is groot, maar het federale systeem werkt nog, de scheiding der machten functioneert, de rechtspraak idem dito, er is een onafhankelijke pers, er zijn onafhankelijke universiteiten. Ik erken dat hij probeert dat alles af te breken, maar ik denk dat de Amerikaanse democratie sterker is dan hij. Mijn proefschrift ging over de VS en ik heb er als diplomaat gewerkt en gewoond. Ik heb ervaren hoezeer het land doordrenkt is van democratie, op alle niveaus, tot de schooldistricten aan toe.”
Martel is zich ervan bewust dat wat hij verdedigt als universeel – mensenrechten en democratie – in veel landen wordt gezien als Westers, en dat dat niet bedoeld is als compliment. De ideeën over individuele vrijheid die de basis vormen van onze politieke stelsels, gelden elders als ontsporingen die ingaan tegen de collectieve waarden van de gemeenschap, de traditie, het volk. Sociale rechten gaan voor persoonlijke rechten, zegt men bijvoorbeeld in Beijing. Jullie hebben het over vrijheid van meningsuiting, maar wij hebben miljoenen mensen uit de armoede getild, dat is wat telt.
“Ja, dat zeggen ze”, beaamt Martel. “En mijn boek is vanaf de eerste tot de laatste pagina bedoeld als weerlegging daarvan. Ze wijzen de mensenrechten niet af omdat die Westers zouden zijn, maar om hun autocratische macht te beschermen. Natuurlijk zijn er verschillende manieren om rechten vorm te geven, er zijn presidentiële systemen, parlementaire systemen, constitutionele monarchieën, nationale dan wel federale stelsels, et cetera. Maar het ‘one man, one vote’ is een universeel recht. Met vrije verkiezingen, waarin iedereen zich kandidaat kan stellen en alle kandidaten gelijke toegang hebben tot de kiezers. Ik sta daarin recht tegenover Xi Jinping en Poetin en al die intellectuelen – ook bij ons – die het beginsel van de democratie willen ondergraven.”
Gevulde maag
Dat de Chinezen, Russen of welke volken dan ook uit eigen beweging kiezen voor autocratie wil er bij Martel niet in. Zolang er geen werkelijk vrije verkiezingen worden gehouden, kunnen we niet weten wat een volk wil, zegt hij. En ja, kiezers kunnen misleid worden, bijvoorbeeld wanneer hun wordt voorgehouden dat ze moeten kiezen tussen een gevulde maag of democratische rechten. Maar dat is een valse tegenstelling.
“De Franse grondwet heeft een preambule – een inleiding – die evenveel gewicht toekent aan economische als aan overige mensenrechten. Daarover hoeven we het internationaal niet oneens te zijn. Maar als je de economische rechten van je burgers wilt beschermen, en corruptie wilt bestrijden, dan gaat dat niet zonder democratie en rechtsstaat. De hoogste anti-corruptie-official van Xi Jinping zegt dat in China een miljoen mensen verdacht worden van corruptie. Dat betekent dat het hele systeem corrupt is. Daaraan zie je: geen democratie, geen vrije pers, geen onafhankelijke rechtspraak, dat ondergraaft ook de economische rechten.”
Na in alle windstreken te hebben gesproken met opponenten van het Westen – niet alleen rond Xi en Poetin, maar ook rond Bolsonaro in Brazilië, Modi in India, Erdogan in Turkije, Orbán in Hongarije, Sisi in Egypte, Hezbollah-figuren in Libanon, enzovoorts – is Martel alleen maar meer overtuigd geraakt van de Westerse waarden. Al wil hij ze dus niet Westers noemen, maar democratisch. Voor linkse intellectuelen die uit onvrede over de tekortkomingen van het Westen hun heil zoeken bij tegenstanders van de democratie, heeft hij weinig geduld. Hij plaatst ze in de traditie van Jean-Paul Sartre, die Stalin verdedigde, zoals anderen dat deden met Mao, Castro, Chavez en Khomeini. Kijk liever naar de miljoenen mensen, zegt Martel, die de landen ontvluchtten waar deze anti-Westerse leiders aan de macht waren – ze stemden met hun voeten. (…)
Martel: “Dit verlangen naar vrijheid is van meer betekenis dan de situatie van het moment. Ik heb het ervaren op de universiteiten in China waar ik doceerde, en bij de demonstranten in Hongkong. Het is hetzelfde verlangen dat we zagen bij de Arabische Lente op het Tahrirplein in Cairo. Of bij de protesten in de straten van Teheran. Het is universeel.”
Cultureel attaché
Frédéric Martel (1967, Châteaurenard) is hoogleraar creatieve economieën aan de Universiteit van de Kunsten in Zürich. Hij presenteert het radioprogramma Soft Power voor Radio France en schreef meerdere boeken. Martel studeerde aan de Sorbonne in Parijs en was onder meer cultureel attaché op de Franse ambassade in de VS.
Frédéric Martel Tegen het Westen. In gesprek met onze vijanden Balans; 663 blz. € 39,95
Stevo Akkerman
Trouw van 27 juni 2026
Lees hier het volledige artikel. Ook te lezen in je bibliotheek.
Afbeelding: Frédéric Martel no Fronteiras do Pensamento em Porto Alegre 31 augustus 2022 – Fronteiras do Pensamento / Luiz Munhoz
Wikimedia Commons