We hoeven niet allemaal een Navalny te worden, zegt de Amerikaanse auteur Gal Beckerman. Maar van dissidenten kunnen we wel iets leren als we ons willen verzetten tegen gure machthebbers.We hoeven niet allemaal een Navalny te worden, zegt de Amerikaanse auteur Gal Beckerman. Maar van dissidenten kunnen we wel iets leren als we ons willen verzetten tegen gure machthebbers.
Op de achterkant van Gal Beckermans boek Hoe word ik dissident? staat als aanbeveling: ‘Het boek dat we nu allemaal nodig hebben’. En zo voelt het zeker, in een tijd waarin een kille autocratische wind door de wereld waait. Maar de diepte en breedte van het materiaal dat Beckerman heeft verzameld, verraadt dat hij al langer bezig was met het verschijnsel van de dissident, de eenzame figuur die opstaat voor waar hij in gelooft. Het is een combinatie van die twee, zegt de auteur vanuit New York: een jarenlange interesse in wat onderdrukking met mensen doet en de actualiteit in zijn eigen land.
Het schokte Beckerman, redacteur bij het tijdschrift The Atlantic, hoe een ontketende Donald Trump zijn tweede termijn kon beginnen met een frontale aanval op de rechtsstaat, en de Amerikaanse samenleving niet wist hoe daarop te reageren. Het ene instituut na het andere – advocatenkantoren, universiteiten, media – legde het hoofd vrijwillig op het hakblok. Het zelfbeeld van een robuust Amerikaans individualisme bleek een mythe. “Wij hebben geen idee wat het betekent om nee te zeggen tegen een losgeslagen machthebber. Dat bracht me ertoe te zoeken naar voorbeelden van buiten Amerika. Dissidenten uit andere landen, andere omstandigheden.”
De opmerkelijkste die u noemt is misschien wel de Nederlandse Etty Hillesum. Een jonge Joodse vrouw die in haar dagboek beschreef waar ze innerlijke kracht vond, tot in Westerbork aan toe, op weg naar Auschwitz.
“Ik had heel wat Holocaust-literatuur gelezen, maar niet eerder was ik op iets gestuit dat zo heilzaam was. Ik denk dat het is omdat ze zichzelf nooit beschrijft als slachtoffer. Uiteraard wás ze slachtoffer van de nazi’s, maar zo beschouwde ze zichzelf niet; ze liet zich door deze brute macht niet onderdrukken. De omstandigheden zijn onderdrukkend, maar zij is haar eigen zelf en in haar geest verzet zij zich op bijna onwereldse wijze.” (…)
‘De nazi’s kunnen ons niets doen’, schreef ze, ‘ze kunnen ons werkelijk niets doen’. Maar ze vermoordden haar wel.
“Ze konden haar leven nemen, maar niet haar persoon. Ik denk dat ze bedoelde dat ze haar innerlijke leven niet konden onteren. Het innerlijk waarmee ze niet alleen de wereld ervoer, maar ook mee naar buiten trad. Ze bleef vasthouden aan zichzelf als menselijk wezen, constant bewust van de natuur en van anderen, voor wie ze bleef zorgen, ook in de kampen. Steeds bepaalt ze wat ze kan doen in de situatie waarin ze zich op dat moment bevindt. In dat opzicht hebben de nazi’s niet van haar gewonnen, ze konden haar dat niet afnemen. Ze behield haar Weltinnenraum, zoals Rilke het noemde. Die term was haar dierbaar.”
Maar was ze een dissident?
“Ik denk het wel. De nazi’s wilden haar menselijkheid vernietigen en zij liet dat niet toe. Dat is wat ik versta onder een dissident. Misschien is het een wat ongewone definitie, omdat we bij dissidenten direct denken aan de Sovjet-Unie, China of Iran. Maar ik hecht aan het idee van de existentiële dissident; iemand die weigert zich te laten overweldigen door de machten om zich heen.”
Een dissident hoeft niet noodzakelijkerwijs in opstand te komen?
“Nee, het is complexer dan dat. In opstand komen is niet altijd de enige of beste optie. Wat niet wegneemt dat opstand, zelfs in een uitzichtloze situatie, een zinvolle vorm van dissidentie kan zijn. Ik denk aan mijn grootouders – zij overleefden de opstand van het getto van Warschau. De Joden daar hadden niet de illusie dat zij de nazi’s gingen verslaan, ze vochten om de waarde van hun leven te bevestigen. Ze lieten hun individualiteit en menselijkheid gelden door te vechten tot de laatste druppel bloed.”
‘Je kunt niet leven met een verhoogde gevoeligheid voor alles in de hele wereld. Maar er zijn omstandigheden waarin je iets kunt betekenen, lokale dingen die je kunt doen.’
Gal Beckerman
Onder de namen die in uw boek voorbijkomen, zijn er nogal wat die verbonden zijn met de Tweede Wereldoorlog. Ik noteerde naast Hillesum bijvoorbeeld Simone Weil, Hannah Arendt, Primo Levi, Ernst Bloch en Albert Camus. Vergis ik mij of beleven deze denkers een soort revival?
“Zij waren het die meteen al serieus nadachten over wat er in die oorlog gebeurd was met de menselijke samenleving en onze beschaving. Ze raakten me toen ik rond de twintig was en nu ik de vijftig nader, raken ze me weer. Misschien hebben ze ons opnieuw iets te zeggen omdat we uit een tijd komen waarin het idee heerste dat alles alleen maar beter kon worden. Ik was dertien toen de Berlijnse Muur viel, wie had gedacht dat wij nog eens zouden moeten worstelen met de vraag hoe we ons moeten verzetten tegen autocratie? Toch is dat wat we opnieuw uit moeten vinden.
“Daar komt iets bij. De twintigste eeuw leverde ons ideologieën op die een zekere perfectie beloofden, een ideale samenleving, efficiënt, zinvol en zonder fricties. Vandaag wordt ons hetzelfde beloofd door Silicon Valley, met Artificial Intelligence. Zo dringt een ideologie onze levens binnen die ons voorspiegelt een einde te kunnen maken aan de onvolkomenheid van ons bestaan. Het zou verstandig zijn om ons te herinneren waar dergelijke ideologieën op uitliepen. Er komen nu geen hakenkruizen aan te pas, maar er is wel een langzaam proces van ontmenselijking ingezet.”
Die ideologie kan ook onze samenlevingen in zijn greep krijgen?
“Ik wil zeker niet beweren dat wat wij nu in de VS meemaken in de buurt komt van Stalins Sovjet-Unie of Hitlers Duitsland. Maar als je niet begrijpt waar die extremen vandaan kwamen, besef je niet wat er gaande is in onze dagelijkse realiteit, hoe allerlei vanzelfsprekendheden eroderen.
“Tegelijkertijd zie ik ook dingen die hoop geven. Zoals wat gebeurde in Minneapolis, het verzet van burgers tegen het optreden van Ice, de immigratiepolitie. Daarin zag ik duidelijk een dissidenten-respons. Natuurlijk zullen die mensen hun politieke ideeën hebben gehad, over Trump en immigratie enzovoorts, maar dit ging dieper. (…)
“Burgers reageerden vanuit menselijkheid, ze beschermden hun mede-inwoners, begeleidden migrantenkinderen naar school, waarschuwden als Ice ergens opdook. Een collega van mij noemde het neighbourism – nabuurschap. Onze instituties lieten het afweten, maar deze burgers kozen instinctief voor de dissidente houding.” (…)
U haalt Hannah Arendt aan, die schrijft dat mensen die geneigd zijn strenge normen te volgen, dat blijven doen als de normen veranderen. Voor hen werd ‘Gij zult niet doden’ in de nazi-tijd ‘Gij zult doden’.
“Arendt is een ongewone filosoof. Ze is niet altijd gemakkelijk te volgen, maar je geeft je over aan haar schrijven omdat het een soort poëzie is van de menselijke geest. En wat ze hier zegt, gaat naar de essentie. De mens die zich verzet is volgens Arendt degene die zich steeds afvraagt: kan ik leven met mijzelf? Meegaan met het nazisme betekende: bereid te zijn een moordenaar te worden. De vraag was: kan ik leven met een moordenaar?”
In het communistische Tsjechoslowakije sprak Václav Havel over ‘pogen in de waarheid te leven’. Is dat hetzelfde?
“Ja. Zijn denken is voor mij een belangrijke toetssteen, omdat hij zich intensief heeft beziggehouden met wat het betekent om dissident te zijn. Hij hield eigenlijk niet van dat woord. Omdat het klonk alsof het een soort functie was: dissident-zijn. Voor hem was leven in de waarheid eigenlijk niets anders dan een normaal leven willen leiden. Je haar kunnen dragen zoals je wilt, naar de muziek kunnen luisteren die je mooi vindt, de boeken kunnen lezen die jou interesseren. En ook: zorgen voor anderen. Als dat allemaal niet kan, dan klopt er iets niet, dan ontbreken de voorwaarden voor een normaal leven. Die voorwaarden noemde hij pre-politiek – ze gaan eraan vooraf, ze bepalen de waardigheid van de mens. Ik vind dat heel raak, hij legt de vinger op iets dat ook in Minneapolis zichtbaar werd, en dat dieper ligt dan ideologie: de menselijkheid.”
Het gaat erom het verschil tussen wat je gelooft en wat je doet zo klein mogelijk te houden, schrijft u.
“Maar ik doe dat in het besef hoe moeilijk dat is. In dat opzicht zijn de voorbeelden die ik noem uitzonderlijk; dit zijn mensen die tot het uiterste gaan. Neem Aleksej Navalny, die besloot terug te keren naar Rusland wetend dat de dood hem daar wachtte. Ik zou niet weten hoe je daartoe in staat bent. Maar hoe zou de geschiedenis zijn verlopen zonder figuren als hij? Ik denk dat allerlei veranderingen dan niet hadden plaatsgevonden, dat we waren blijven steken in de onderwerping aan de macht.
“Ik bedoel niet dat iedereen een Navalny moet worden. Maar wat me aanspreekt is zijn omarming van de morele keus. Wij leven vaak met het gevoel dat we niets kunnen doen – we zien beelden van dode kinderen ergens, en we drukken ze weg, want we zijn machteloos. In plaats van te onderzoeken welke rol we kunnen spelen, hoe klein ook. Je kunt niet leven met een verhoogde gevoeligheid voor alles in de hele wereld. Maar er zijn omstandigheden waarin je iets kunt betekenen, lokale dingen die je kunt doen. Als ik straks terugkijk op mijn leven, wat zullen dan de meest zinvolle momenten zijn geweest? Waarschijnlijk die van een moreel dilemma waarin ik mijn gedrag het meest in overeenstemming kon brengen met mijn overtuiging, ook als dat een offer vergde.”
Heeft dit alles te maken met een familiegeschiedenis van grootouders die het getto van Warschau en het concentratiekamp Majdanek overleefden?
“Ik zou op de divan moeten om dat echt te onderzoeken, maar inderdaad: zij leefden in situaties die zeer extreem waren en ik heb een gevoeligheid geërfd voor dergelijke extremiteiten. Gewoon door in hun nabijheid te zijn en hun verhalen te horen. Ze leefden in een omgeving waarin de meeste mensen niet de juiste keuzes maakten, en ze verloren het grootste deel van hun families.”
In het getto was een groep die minutieus beschreef hoe het leven zich daar afspeelde; ze begroeven hun rapportage, die later deels werd teruggevonden. Daarbij zat een briefje van een jongen die schreef: ‘Wat we de wereld niet toe konden schreeuwen en huilen, hebben we begraven in de grond’. Het redde hen niet.
“Nee, het redde hen niet. Maar dat is niet de maatstaf hier. Wat zij deden, gaf hun een mogelijkheid tot verzet. Verzet tegen de gedachte dat hun levens geen zin hadden. Ze waren omringd door vernedering, afbraak en dood. Toch deden ze dit werk, waarvoor ze de doodstraf riskeerden. Ze getuigden en redden daarmee hun menselijkheid. Wat ze ons nalieten was hoe zij vasthielden aan de waarde van het menselijk bestaan, zelfs onder die omstandigheden.”
Gal Beckerman, Hoe word ik dissident? Uitgeverij Balans; 224 blz. € 20,-
Stevo Akkerman
Trouw 15 mei 2026
Lees hier het volledige artikel. Ook te lezen in je bibliotheek.
Afbeelding: Gal Beckerman 2022 Gal Beckerman via Wikimedia Commons